Arno Rutte (VVD) was Staatssecretaris Justitie en Veiligheid in het Kabinet-Schoof. Tussen 2012 en 2019 zat hij in de Tweede Kamer. In De Telegraaf sprak hij zich recent kritisch uit over de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen; een wet die het bewindspersonen verbiedt om in de twee jaar na hun ambtsperiode actief te worden in hun bewindsgebied. Rutte: ‘Het neigt naar een beroepsverbod.’ Genoeg reden voor een interview!
Vorig jaar is de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen aangenomen. U heeft zich daar kritisch over uitgelaten in een artikel in De Telegraaf. Wat zijn uw voornaamste bezwaren?
Vorig jaar is de Wet regels vervolgfuncties bewindspersonen aangenomen. U heeft zich daar kritisch over uitgelaten in een artikel in De Telegraaf. Wat zijn uw voornaamste bezwaren?

‘Deze wet vormt een belemmering voor mensen die afkomstig zijn uit een specifiek vakgebied om in dat gebied bewindspersoon te worden. Ik wil niet zeggen dat vakkennis een randvoorwaarde is om een goeie minister te zijn, maar het kan wel helpen.
Mij raakt de wet maar in beperkte mate. Voordat ik staatssecretaris van Justitie en Veiligheid werd, was ik actief in de zorgsector. Er is geen beletsel om in dat vak terug te keren. Maar Teun Struycken, mijn voorganger als staatsecretaris in het vorige kabinet, was hoogleraar Privaatrecht en advocaat voordat hij de politiek in ging. Alleen omdat hij twee jaar staatssecretaris is geweest, kan hij zijn vak twee jaar lang niet meer uitvoeren. Als je houdt van je vakgebied en je mag daar niet meer actief in zijn na je politieke carrière, dan ga je de politiek dus niet meer in. Vakmensen vinden wordt daardoor erg moeilijk. Het is ondoordacht.
Ik heb ook moeite met het beeld dat erachter schuilgaat. Dat lobby iets is dat niet deugt. Ja, uiteraard deugt sommige lobby niet, maar lobby is cruciaal om tot goede belangenafweging te komen. Ik heb lang genoeg in de politieke arena gezeten om te weten hoe belangrijk lobby is om deelgebieden in beeld te krijgen die je anders over het hoofd zou zien, en die mee te nemen in de besluitvorming.
Als Kamerlid hield ik me bezig met de zorg, en alle vraagstukken die daarin spelen. Op een gegeven moment behandelden we de Wet medische hulpmiddelen, die de toelating en goedkeuring van medische hulpmiddelen regelt. Dankzij de PA kreeg ik last minute specifieke maatwerkhulpmiddelen in beeld die ik anders had gemist en die zonder interventie nu niet meer beschikbaar zouden zijn geweest. Dat kon ik meenemen in mijn besluitvorming. En ik heb ook meegemaakt wat er gebeurt als effectieve PA ontbreekt. De medische sector was onvoldoende in staat om de impact van de beoogde AVG voor het voetlicht te krijgen, en een alternatieve benadering te bepleiten. Daardoor zitten we in Nederland nu met overbodig strenge privacywetgeving, die kennis- en gegevensuitwisseling tussen artsen en ziekenhuizen belemmert en dus in het nadeel van de patiënt is. Terwijl de achterliggende Europese wetgeving wel degelijk ruimte biedt om uitzonderingen te maken, bijvoorbeeld als het gaat om volksgezondheid. Dat heeft mijn ogen wel geopend rond het belang van lobby.
Ook als je eenmaal met zulke wetgeving zit, is lobby belangrijk. De AVG lijkt in beton gegoten. Heel de branche heeft er last van, maar niemand lost het op. Daar heb je lobby voor nodig: ‘Let op, hier moet je wat aan doen, want anders wordt het steeds erger’. Lobby is van belang om ongelukken te voorkomen en te voorkomen dat je niet meer van slechte wetgeving afkomt.’
U stelt dat de wet de belangenbehartiging in een kwaad daglicht stelt omdat deze is ingegeven door een gebrek aan vertrouwen in de integriteit van de beroepsgroep. Het doel van de wet lijkt te zijn transparantie en integriteit te bewaken en daarmee juist het imago van de belangenbehartiging te schragen. Die paradox houdt ons als beroepsgroep al langer bezig: hoe kunnen we in volle overtuiging ons werk doen, op basis van waardering en vertrouwen, zonder dat de beoefening van ons vak die waardering en dat vertrouwen schaadt?
‘De beroepsgroep moet transparanter zijn over wat lobby is en wat je ermee kunt bereiken. Naar buiten vertellen wat er gebeurt als je niet lobbyt. Belangenbehartiging gebeurt oneindig veel door allerlei organisaties, zonder het lobby te noemen. Heel veel ngo’s zijn lobbyorganisaties, en terecht. Er wordt ontzettend veel door goede doelen gelobbyd. Dat is nodig, daar zijn ze voor. Als je het voor commerciële partij doet is het opeens lobby en zou het vies zijn. Dat is onzin! Laat zien dat het gebeurt, dat het erbij hoort, dat het mooi is om belangen te vertegenwoordigen van wie dan ook. Daar kun je het best over hebben. Waarbij je ook moet beseffen dat maatschappelijke schade kan ontstaan als belangen niet goed worden behartigd. Dan krijg je een tweedeling tussen winnaars en verliezers; tussen belangen die zijn gezien en belangen die niet zijn gezien.
Waar ik niet in geloof is het openbaar maken van agenda’s enzo. Dat is pseudo-transparantie die alleen maar leidt tot administratieve lasten. Als de politiek het wil, be my guest, maar het werkt niet. Belangenbehartiging drijft op toevallige ontmoetingen; zo’n register is dus net zo zinloos als die wet waar we het net over hadden.
Ik wil niet zeggen dat de PA zich ertegen moet verzetten. Gewoon meedoen, en ondertussen doen wat ik al zei: steeds weer vertellen waarom de lobby zo belangrijk is.’
Idealiter leidt belangenbehartiging tot betere besluitvorming, door beter geïnformeerde bewindslieden. Ziet u dit in de praktijk ook gebeuren? En hoe beziet u de wet regels vervolgfuncties vanuit dit perspectief?
‘Er gaat kennis en kunde verloren. Mensen die dat goed zouden kunnen gaan we die mogelijkheid ontzeggen. Alsof ze die afweging niet zelfstandig zouden kunnen maken. Je moet toch juist willen dat mensen die kennis van zaken hebben en die weten hoe de politiek werkt opkomen voor belangen en daarin effectief zijn? Met deze wet laat je doelbewust effectieve belangenbehartiging lopen. En je versterkt de buitenwereld in het foute beeld dat heerst over lobby.’
Ik vind het echt overbodige wetgeving. Laat het aan de lobby zelf om er transparant over te zijn. En laat het aan de ontvanger van de lobby, aan de pers, om er iets van te vinden. En aan de wetgeving die we al hebben: denk aan de verplichte actieve openbaarmaking van de Wet open overheid. We hebben al alle tools in handen.’