Aukje Ravensbergen is Director en Talent Manager bij Wepublic. Eerder werkte ze onder meer voor de Federatie Medisch Specialisten en voor Van Oort & Van Oort. Ook was ze bestuurslid voor Huize Agnes, een stichting voor ongedocumenteerde vrouwen en kinderen. We spraken met haar over de meerwaarde van PA, haar maatschappelijke betrokkenheid en haar liefde voor het vak.
Op de website van Wepublic staat dat je wordt ‘gedreven door een maatschappelijk betrokken hart’. Waar komt je maatschappelijke betrokkenheid vandaan?
‘Ik heb als student al voor dit vak gekozen. De positie van PA tussen politiek en maatschappij heb ik altijd heel interessant gevonden. PA geeft de maatschappij een stem in het politieke proces. Andersom leggen we aan de maatschappij uit hoe die politiek werkt. Dat is belangrijk, want dat helpt eventuele verschillen in perspectief of informatieachterstand te overbruggen. PA zorgt ervoor dat iedereen elkaar snapt. Die rol vind ik heel leuk, en dan vooral binnen grote maatschappelijke vraagstukken of veranderingen.
Ik heb veel ervaring in de zorg, maar ik werk ook veel voor gemeenten en bedrijven. Wie het ook is, ze hebben allemaal een bijdrage te leveren aan het politieke proces. Ze hebben allemaal een stem die gehoord moet worden. Ik help daarbij. En ik werk vooral graag voor groepen die helemaal geen stem hebben. Dat is al zo sinds ik stageliep voor Unicef. Kinderen hebben oprecht geen stem, en ze mogen niet stemmen bovendien. Unicef heeft als taak om hun stem toch naar voren te brengen, en via PA ook in het politieke domein hoorbaar te maken.
Ik heb vier jaar lang in het bestuur gezeten van Huize Agnes. Dat is een stichting die zich inzet voor ongedocumenteerde vrouwen en kinderen. Dat is bij uitstek ook een groep die weinig gehoord wordt.
Inmiddels werk ik ook veel voor partijen die wel een stem hebben, maar niet weten hoe ze die het beste kunnen inzetten. Die het proces niet kennen, juist moeite hebben de juiste toon te vinden. PA heeft in alle gevallen een rol.’
Hoe zou jij de maatschappelijke rol van Public Affairs omschrijven?
‘PA zorgt ervoor dat belangrijke informatie vanuit de maatschappij onderdeel wordt van het politieke debat. Maar het gaat verder dan dat. Kamerleden hebben een beperkte ondersteuning, dus ze kunnen niet alles weten. Maar de politiek heeft wel de verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk informatie te vergaren. Dat leidt immers tot betere besluitvorming. PA speelt ook daarin een rol.
Daarbij is trouwens wel de vraag: in hoeverre staat de deur open bij de politiek? Bij Kamerleden, maar ook in de ambtelijke organisatie en in het hele veld dat betrokken is bij het politieke proces? Het is essentieel dat informatie breed wordt uitgewisseld, en dat je de kans krijgt je belangen toe te lichten. Dat is in het belang van iedereen.’
Ik lees ook dat je energie krijgt van complexe uitdagingen. Zou je een voorbeeld kunnen noemen, en kun je daarbij met name jouw bijdrage vanuit je PA-rol belichten?
‘Ik werk veel voor brancheorganisaties en netwerkverbanden. Zeker in die context is de “zichtbare” kant van PA maar een klein stukje van de lobby. Denk aan een brief aan de Kamer bijvoorbeeld. De echte complexiteit van ons vak zit in het voorproces. Zorgen dat er een verhaal komt dat wordt gedragen door de hele achterban. Die interne lobby is vaak groter dan het stukje dat naar buiten gaat.
Die puzzel leggen vind ik heel erg leuk. En als het lukt, als iedereen erachter staat, als je het verhaal scherp krijgt… Daar zit mijn trots. Het is niet zichtbaar, het gaat minder om het ”scoren”, maar het is essentieel.
In dat proces zit soms ook frustratie. Het duurt soms lang. Binnen organisaties met veel leden blijven discussies soms jaren liggen. Als de politiek ons om onze visie vraagt, kan het zo een half jaar duren voordat we die visie ook daadwerkelijk kunnen delen. Maar het helpt wel als een onderwerp hoog op de politieke agenda komt. Vanuit die urgentie kunnen we interne discussies er veel sneller doorheen krijgen.’
Je bent voor deze rubriek aangedragen door Tim de Kroon, senior adviseur PA bij het LUMC. Hij noemde daarbij je drive om de transparantie van ons vakgebied te bewaken. Hoe bezie je de huidige discussie over transparantie, lobbyregulering etcetera?
‘Het lobbyregister is goed, maar zo’n instrument alleen is niet voldoende. We moeten met elkaar inzichtelijk maken wat het vak überhaupt inhoudt en wat onze normen en waarden zijn. En daar mogen we best open over spreken. Ik zit bewust bij het Lobbypanel van BNR, want daarmee geven we inzicht over hoe dit werk in elkaar steekt.
Dat is belangrijk, want in de beeldvorming lijkt het of ons werk achter de schermen plaatsvindt. Maar alleen mensen kennen is niet genoeg en met de informatie die we delen bieden we echt meerwaarde voor de maatschappij. Waarom zouden we daar niet open over zijn?
Het begint dus met een goed verhaal. Van daaruit kun je relaties opbouwen, ook als organisatie die pas net begint met belangenbehartiging. Waarbij ik wel moet zeggen dat niet iedereen dezelfde middelen heeft om aan het woord te komen. Een bedrijf heeft vaak meer geld dan een NGO of een overheid, dus kan ook een stevigere lobby op de been brengen.
De Europese Unie had een subsidie voor NGO’s, om ze te ondersteunen bij het lobbywerk. Die subsidie is afgeschaft. Dat is jammer. Aan de andere kant: NGO’s en overheden hebben minder geld, maar hebben ook minder last van negatieve beeldvorming. Bedrijven hebben meer geld, maar worden in de beeldvorming en de publieke opinie harder aangepakt.’
Terwijl we dit gesprek hebben zijn de eerste onderhandelingen voor een nieuw kabinet in volle gang. Vind je dat het borgen van transparantie in de PA daarin onderwerp zou moeten zijn? En zo ja, wat hoop je dat daarbij ter sprake komt?
‘Uiteraard is het een belangrijk thema, maar ik denk dat er grotere maatschappelijke opgaven spelen waar hoognodig besluiten over genomen moeten worden. Laten wij als beroepsgroep, naast het pleidooi voor een lobbyregister, vooral het gesprek over transparantie blijven voeren. Zo zorgen we ervoor dat ons vak in ontwikkeling blijft.
Ik denk dat de meerwaarde van de PA in politieke besluitvorming steeds meer wordt gezien en steeds vanzelfsprekender wordt. Laat ze zich in de onderhandelingen dus maar richten op de grote maatschappelijke keuzes!’
‘Ik heb als student al voor dit vak gekozen. De positie van PA tussen politiek en maatschappij heb ik altijd heel interessant gevonden. PA geeft de maatschappij een stem in het politieke proces. Andersom leggen we aan de maatschappij uit hoe die politiek werkt. Dat is belangrijk, want dat helpt eventuele verschillen in perspectief of informatieachterstand te overbruggen. PA zorgt ervoor dat iedereen elkaar snapt. Die rol vind ik heel leuk, en dan vooral binnen grote maatschappelijke vraagstukken of veranderingen.
Ik heb veel ervaring in de zorg, maar ik werk ook veel voor gemeenten en bedrijven. Wie het ook is, ze hebben allemaal een bijdrage te leveren aan het politieke proces. Ze hebben allemaal een stem die gehoord moet worden. Ik help daarbij. En ik werk vooral graag voor groepen die helemaal geen stem hebben. Dat is al zo sinds ik stageliep voor Unicef. Kinderen hebben oprecht geen stem, en ze mogen niet stemmen bovendien. Unicef heeft als taak om hun stem toch naar voren te brengen, en via PA ook in het politieke domein hoorbaar te maken.
Ik heb vier jaar lang in het bestuur gezeten van Huize Agnes. Dat is een stichting die zich inzet voor ongedocumenteerde vrouwen en kinderen. Dat is bij uitstek ook een groep die weinig gehoord wordt.
Inmiddels werk ik ook veel voor partijen die wel een stem hebben, maar niet weten hoe ze die het beste kunnen inzetten. Die het proces niet kennen, juist moeite hebben de juiste toon te vinden. PA heeft in alle gevallen een rol.’
Hoe zou jij de maatschappelijke rol van Public Affairs omschrijven?
‘PA zorgt ervoor dat belangrijke informatie vanuit de maatschappij onderdeel wordt van het politieke debat. Maar het gaat verder dan dat. Kamerleden hebben een beperkte ondersteuning, dus ze kunnen niet alles weten. Maar de politiek heeft wel de verantwoordelijkheid om zoveel mogelijk informatie te vergaren. Dat leidt immers tot betere besluitvorming. PA speelt ook daarin een rol.
Daarbij is trouwens wel de vraag: in hoeverre staat de deur open bij de politiek? Bij Kamerleden, maar ook in de ambtelijke organisatie en in het hele veld dat betrokken is bij het politieke proces? Het is essentieel dat informatie breed wordt uitgewisseld, en dat je de kans krijgt je belangen toe te lichten. Dat is in het belang van iedereen.’
Ik lees ook dat je energie krijgt van complexe uitdagingen. Zou je een voorbeeld kunnen noemen, en kun je daarbij met name jouw bijdrage vanuit je PA-rol belichten?
‘Ik werk veel voor brancheorganisaties en netwerkverbanden. Zeker in die context is de “zichtbare” kant van PA maar een klein stukje van de lobby. Denk aan een brief aan de Kamer bijvoorbeeld. De echte complexiteit van ons vak zit in het voorproces. Zorgen dat er een verhaal komt dat wordt gedragen door de hele achterban. Die interne lobby is vaak groter dan het stukje dat naar buiten gaat.
Die puzzel leggen vind ik heel erg leuk. En als het lukt, als iedereen erachter staat, als je het verhaal scherp krijgt… Daar zit mijn trots. Het is niet zichtbaar, het gaat minder om het ”scoren”, maar het is essentieel.
In dat proces zit soms ook frustratie. Het duurt soms lang. Binnen organisaties met veel leden blijven discussies soms jaren liggen. Als de politiek ons om onze visie vraagt, kan het zo een half jaar duren voordat we die visie ook daadwerkelijk kunnen delen. Maar het helpt wel als een onderwerp hoog op de politieke agenda komt. Vanuit die urgentie kunnen we interne discussies er veel sneller doorheen krijgen.’
Je bent voor deze rubriek aangedragen door Tim de Kroon, senior adviseur PA bij het LUMC. Hij noemde daarbij je drive om de transparantie van ons vakgebied te bewaken. Hoe bezie je de huidige discussie over transparantie, lobbyregulering etcetera?
‘Het lobbyregister is goed, maar zo’n instrument alleen is niet voldoende. We moeten met elkaar inzichtelijk maken wat het vak überhaupt inhoudt en wat onze normen en waarden zijn. En daar mogen we best open over spreken. Ik zit bewust bij het Lobbypanel van BNR, want daarmee geven we inzicht over hoe dit werk in elkaar steekt.
Dat is belangrijk, want in de beeldvorming lijkt het of ons werk achter de schermen plaatsvindt. Maar alleen mensen kennen is niet genoeg en met de informatie die we delen bieden we echt meerwaarde voor de maatschappij. Waarom zouden we daar niet open over zijn?
Het begint dus met een goed verhaal. Van daaruit kun je relaties opbouwen, ook als organisatie die pas net begint met belangenbehartiging. Waarbij ik wel moet zeggen dat niet iedereen dezelfde middelen heeft om aan het woord te komen. Een bedrijf heeft vaak meer geld dan een NGO of een overheid, dus kan ook een stevigere lobby op de been brengen.
De Europese Unie had een subsidie voor NGO’s, om ze te ondersteunen bij het lobbywerk. Die subsidie is afgeschaft. Dat is jammer. Aan de andere kant: NGO’s en overheden hebben minder geld, maar hebben ook minder last van negatieve beeldvorming. Bedrijven hebben meer geld, maar worden in de beeldvorming en de publieke opinie harder aangepakt.’
Terwijl we dit gesprek hebben zijn de eerste onderhandelingen voor een nieuw kabinet in volle gang. Vind je dat het borgen van transparantie in de PA daarin onderwerp zou moeten zijn? En zo ja, wat hoop je dat daarbij ter sprake komt?
‘Uiteraard is het een belangrijk thema, maar ik denk dat er grotere maatschappelijke opgaven spelen waar hoognodig besluiten over genomen moeten worden. Laten wij als beroepsgroep, naast het pleidooi voor een lobbyregister, vooral het gesprek over transparantie blijven voeren. Zo zorgen we ervoor dat ons vak in ontwikkeling blijft.
Ik denk dat de meerwaarde van de PA in politieke besluitvorming steeds meer wordt gezien en steeds vanzelfsprekender wordt. Laat ze zich in de onderhandelingen dus maar richten op de grote maatschappelijke keuzes!’