Over transparantie in de lobby is de afgelopen jaren al veel gezegd en geschreven. Ook binnen onze vereniging leeft het onderwerp. Reden genoeg om er een thema-avond aan te wijden, afgelopen 3 december in Nieuwspoort.
Onder leiding van journalist Thomas van Zijl (bekend van het Lobbypanel van BNR Nieuwsradio) gingen voormalig Tweede-Kamerlid Wytske Postma, voormalig Kamerlid en directeur van Transparency International Lousewies van der Laan en kersverse BVPA-voorzitter Pieter Walraven met elkaar in gesprek over de zin en onzin van lobbywetgeving.
Perspectieven
De avond wordt ingeleid door collega’s uit Ierland (digitaal aanwezig) en Oostenrijk. Reden: in beide landen is een vorm van een lobbyregister ingevoerd. Op heel verschillende manieren en met nogal uiteenlopende resultaten. Conor Mulvihill (directeur van Dairy Industry Ireland, de belangenbehartiger van de Ierse landbouwsector) en Anthony Murray (directeur van de Ierse Lobbying Regulation Unit) tonen zich heel tevreden met het functioneren van hun – in wetgeving gevatte – lobbyregister; Oostenrijker Peter Kopp (voorzitter van de Österreichische Public Affairs Vereinigung) is een stuk minder te spreken over de vrijwillige variant die in zijn land bestaat. Wat de Ieren betreft draagt de wetgeving daadwerkelijk bij aan transparantie, omdat de regels keurig worden nageleefd. In Oostenrijk is het volgens Koppl voornamelijk een wassen neus, omdat bijna niemand meedoet aan het register en omdat het wat hem betreft een stuk minder transparant is dan het pretendeert te zijn.
Twee heel verschillende perspectieven, kortom. En ook onder de panelleden lopen de meningen behoorlijk uiteen. Wytske Postma toont zich niet echt een voorstander van een lobbyregister. Haar vraag: welk probleem lossen we eigenlijk op? Wat haar betreft zijn er nu al genoeg manieren om na te gaan wie er toegang krijgt tot politici. Er is dus al genoeg transparantie. De business case voor een lobbyregister vindt ze daarom niet overtuigend. Zeker niet in combinatie met de flinke administratieve last die zo’n register oplevert.
Lousewies van der Laan ziet dat anders. Voor haar is de meerwaarde duidelijk. Ze noemt het voorbeeld van de Huawei-affaire. Die was niet aan het licht gekomen zonder het – vrijwillige – lobbyregister dat in Brussel wordt gebruikt. Toch ziet zij ook dat lobbywetgeving alleen niet volstaat. Transparantie kan het licht werpen op corruptie, maar corruptie is iets anders dan lobby: ‘Dat ga je niet oplossen met een register. Lobbywetgeving is geen panacee, maar kan wel bijdragen aan de oplossing. Zeker als je ziet wat we in Brussel boven tafel hebben gekregen.’
Pieter Walraven zegt voor beide standpunten wel wat te voelen. Hij geeft aan dat de BVPA een beetje vastzit in de discussie. Is het doel eigenlijk wel volledig helder? Binnen de BVPA gaat het volgens hem al 15 jaar over transparantie en de discussie vernauwt zicht uiteindelijk altijd weer – ook vanavond, moeten alle aanwezigen toegeven – tot een discussie over het lobbyregister. Door die focus op een instrument raakt het doel uit zicht. Wat Pieter betreft is dat jammer, want er zijn ook andere manieren denkbaar. Het beleidskompas, bijvoorbeeld. Of de memorie van toelichting bij beleidsstukken.
Aanname
Wat is het doel van een lobbyregister dan eigenlijk? Niet alleen maar het bevorderen van een transparant proces. Het doel is het herstellen van het vertrouwen in de politiek – transparantie is slechts een middel wat daar mogelijk aan bijdraagt.
Dat dat herstel van vertrouwen hard nodig is, daarover zijn alle panelleden het eens. Maar hoeveel transparantie je ook biedt, dat alleen gaat het vertrouwen niet herstellen. In de lobby sowieso niet, dat gaven ook de Ierse collega’s ruiterlijk toe. Als Lousewies aan de zaal vraagt: ‘is er dan zo’n afkeer tegen lobby in Nederland?’ antwoordt de zaal volmondig: ‘Ja!’.
Uit het publiek komt een stelling: het is een aanname dat transparantie gaat bijdragen aan vertrouwen. De lobby behartigt belangen en brengt ze onder de aandacht bij de politiek. Het vertrouwen staat of valt bij hoe die belangen worden afgewogen. Die afweging komt tot uiting in besluitvorming. De overheid is uiteindelijk voor die besluiten verantwoordelijk, en daarmee voor het vertrouwen. De lobby niet, want daar wordt de afweging niet gemaakt.
Shooting power
Lousewies bespeurt een onbalans in de toegang van belangen tot de politiek. Ze stelt dat grote bedrijven veel meer ‘shooting power’ hebben dan, zeg, de inwoners van Groningen of de omwonenden van Tata Steel. En ze vermoedt dat een Diabetesvereniging het in de lobby steevast aflegt tegen een Coca-Cola. Daarom worden wat Lousewies betreft besluiten genomen waarin een algemeen belang zoals de volksgezondheid niet altijd centraal staat: ‘We zouden meer moeten luisteren naar belangen waarnaar we nog niet hebben kunnen luisteren.’
Wytske vult aan: ‘Je wilt dat elke organisatie gezien of gehoord wordt. Dat iedereen eerlijk behandeld wordt en gehoord en er gelijke toegang is. Dat alles wordt gewogen en dat die afweging duidelijk wordt in debat. Pas dan kun je gaan bouwen aan vertrouwen.’ Een noot van de redactie: In zijn recente masterclass raadde Erik Pool de PA aan de ontvangende partij ook op belangen te wijzen die tegengesteld kunnen zijn aan het behartigde deelbelang.
Een laatste oproep van Lousewies: ‘Die lobbywetgeving komt er. Er is een meerderheid voor. Laten we dus nadenken hoe het eruit moet zien. Wat erin moet staan en wie erin moeten staan. Dat moeten we bespreken.’
De BVPA ziet uit naar het vervolg van de discussie!
Perspectieven
De avond wordt ingeleid door collega’s uit Ierland (digitaal aanwezig) en Oostenrijk. Reden: in beide landen is een vorm van een lobbyregister ingevoerd. Op heel verschillende manieren en met nogal uiteenlopende resultaten. Conor Mulvihill (directeur van Dairy Industry Ireland, de belangenbehartiger van de Ierse landbouwsector) en Anthony Murray (directeur van de Ierse Lobbying Regulation Unit) tonen zich heel tevreden met het functioneren van hun – in wetgeving gevatte – lobbyregister; Oostenrijker Peter Kopp (voorzitter van de Österreichische Public Affairs Vereinigung) is een stuk minder te spreken over de vrijwillige variant die in zijn land bestaat. Wat de Ieren betreft draagt de wetgeving daadwerkelijk bij aan transparantie, omdat de regels keurig worden nageleefd. In Oostenrijk is het volgens Koppl voornamelijk een wassen neus, omdat bijna niemand meedoet aan het register en omdat het wat hem betreft een stuk minder transparant is dan het pretendeert te zijn.
Twee heel verschillende perspectieven, kortom. En ook onder de panelleden lopen de meningen behoorlijk uiteen. Wytske Postma toont zich niet echt een voorstander van een lobbyregister. Haar vraag: welk probleem lossen we eigenlijk op? Wat haar betreft zijn er nu al genoeg manieren om na te gaan wie er toegang krijgt tot politici. Er is dus al genoeg transparantie. De business case voor een lobbyregister vindt ze daarom niet overtuigend. Zeker niet in combinatie met de flinke administratieve last die zo’n register oplevert.
Lousewies van der Laan ziet dat anders. Voor haar is de meerwaarde duidelijk. Ze noemt het voorbeeld van de Huawei-affaire. Die was niet aan het licht gekomen zonder het – vrijwillige – lobbyregister dat in Brussel wordt gebruikt. Toch ziet zij ook dat lobbywetgeving alleen niet volstaat. Transparantie kan het licht werpen op corruptie, maar corruptie is iets anders dan lobby: ‘Dat ga je niet oplossen met een register. Lobbywetgeving is geen panacee, maar kan wel bijdragen aan de oplossing. Zeker als je ziet wat we in Brussel boven tafel hebben gekregen.’
Pieter Walraven zegt voor beide standpunten wel wat te voelen. Hij geeft aan dat de BVPA een beetje vastzit in de discussie. Is het doel eigenlijk wel volledig helder? Binnen de BVPA gaat het volgens hem al 15 jaar over transparantie en de discussie vernauwt zicht uiteindelijk altijd weer – ook vanavond, moeten alle aanwezigen toegeven – tot een discussie over het lobbyregister. Door die focus op een instrument raakt het doel uit zicht. Wat Pieter betreft is dat jammer, want er zijn ook andere manieren denkbaar. Het beleidskompas, bijvoorbeeld. Of de memorie van toelichting bij beleidsstukken.
Aanname
Wat is het doel van een lobbyregister dan eigenlijk? Niet alleen maar het bevorderen van een transparant proces. Het doel is het herstellen van het vertrouwen in de politiek – transparantie is slechts een middel wat daar mogelijk aan bijdraagt.
Dat dat herstel van vertrouwen hard nodig is, daarover zijn alle panelleden het eens. Maar hoeveel transparantie je ook biedt, dat alleen gaat het vertrouwen niet herstellen. In de lobby sowieso niet, dat gaven ook de Ierse collega’s ruiterlijk toe. Als Lousewies aan de zaal vraagt: ‘is er dan zo’n afkeer tegen lobby in Nederland?’ antwoordt de zaal volmondig: ‘Ja!’.
Uit het publiek komt een stelling: het is een aanname dat transparantie gaat bijdragen aan vertrouwen. De lobby behartigt belangen en brengt ze onder de aandacht bij de politiek. Het vertrouwen staat of valt bij hoe die belangen worden afgewogen. Die afweging komt tot uiting in besluitvorming. De overheid is uiteindelijk voor die besluiten verantwoordelijk, en daarmee voor het vertrouwen. De lobby niet, want daar wordt de afweging niet gemaakt.
Shooting power
Lousewies bespeurt een onbalans in de toegang van belangen tot de politiek. Ze stelt dat grote bedrijven veel meer ‘shooting power’ hebben dan, zeg, de inwoners van Groningen of de omwonenden van Tata Steel. En ze vermoedt dat een Diabetesvereniging het in de lobby steevast aflegt tegen een Coca-Cola. Daarom worden wat Lousewies betreft besluiten genomen waarin een algemeen belang zoals de volksgezondheid niet altijd centraal staat: ‘We zouden meer moeten luisteren naar belangen waarnaar we nog niet hebben kunnen luisteren.’
Wytske vult aan: ‘Je wilt dat elke organisatie gezien of gehoord wordt. Dat iedereen eerlijk behandeld wordt en gehoord en er gelijke toegang is. Dat alles wordt gewogen en dat die afweging duidelijk wordt in debat. Pas dan kun je gaan bouwen aan vertrouwen.’ Een noot van de redactie: In zijn recente masterclass raadde Erik Pool de PA aan de ontvangende partij ook op belangen te wijzen die tegengesteld kunnen zijn aan het behartigde deelbelang.
Een laatste oproep van Lousewies: ‘Die lobbywetgeving komt er. Er is een meerderheid voor. Laten we dus nadenken hoe het eruit moet zien. Wat erin moet staan en wie erin moeten staan. Dat moeten we bespreken.’
De BVPA ziet uit naar het vervolg van de discussie!